Je hoeft jouw beperkingen niet in je eentje op te vangen. Belangrijk is om in elk geval open te zijn en te overleggen met je collega’s, werkgever of opdrachtgever.  Hoe duidelijker jij bent, hoe gemakkelijker aanpassingen aan jouw werkzaamheden zijn in te passen. Maak gebruik van de bedrijfsarts, die je kan adviseren over bijvoorbeeld de aanschaf van hulpmiddelen of hoe je andere taken of werktijden kunt krijgen.

Hieronder lees je verschillende tips die je kunnen helpen om met jouw klachten op het werk om te gaan. Of je nu in loondienst  bent of werkt als zelfstandige.

 

WIA uitkering

Als je in loondienst bent en 20 maanden niet meer (volledig) gewerkt hebt, dan kan je een WIA-uitkering aanvragen. WIA staat voor Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Van het UWV ontvang je in de 88e week dat je ziekgemeld bent bericht over de aanvraag van een WIA-uitkering. Deze aanvraag doe je tegenwoordig via internet. Doe je de aanvraag liever schriftelijk? Je kunt hierover telefonisch contact opnemen met het UWV.

Vervolgens word je uitgenodigd voor een gesprek met een UWV-verzekeringsarts. Tijdens dit gesprek zal de arts bepalen of en hoeveel jij nog kunt werken. Als de UWV-arts hierover contact wil opnemen met jouw eigen huisarts of specialist, mag dit alleen als jij daarvoor toestemming geeft.

Arbeidsdeskundige

Als de UWV-arts vindt dat je nog gedeeltelijk kunt werken, krijg je nog een gesprek. Dit keer met een arbeidsdeskundige. Deze deskundige bespreekt met jou welk werk je nog zou kunnen doen en wat je met dat werk zou kunnen verdienen. Dat is belangrijk om de hoogte van jouw uitkering vast te stellen.

Beide gesprekken zijn belangrijk. Bereid je daarom goed voor. Bedenk alvast wat je zelf vindt van jouw situatie. Wat zijn precies jouw klachten? Wat kan je wel en niet doen? Schrijf dit op. Geef in de gesprekken ook aan dat jouw ziekte wisselend verloopt en dat je dus ook slechte dagen hebt. Neem, als je dat prettiger vindt, iemand mee.
Lees meer over de arbeidsdeskundige

De hoogte van de WIA-uitkering

De hoogte van jouw uitkering hangt af van het werk dat je volgens de arbeidsdeskundige van het UWV nog kunt doen. En hoeveel je met dat werk zou kunnen verdienen.

Als je minder dan 35% arbeidsongeschikt bent, krijg je geen uitkering. Je kunt in dat geval volgens het UWV gewoon aan het werk blijven bij jouw eigen of een andere werkgever. Samen met jouw werkgever bekijk je hoe je dat het beste kunt doen. Als je niet bij jouw werkgever kunt blijven, moet hij je helpen ergens anders aan de slag te komen. Lukt dit niet? Dan kan jouw werkgever een ontslagvergunning aanvragen bij het UWV. Dan kom je misschien in aanmerking voor een werkeloosheidsuitkering (WW).

Ben je volgens het UWV tussen de 35% en de 80% arbeidsongeschikt, dan ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Je valt dan onder de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA). Hoe hoog jouw uitkering in dat geval is, hangt af van hoe lang je gewerkt hebt, hoeveel je verdiende en hoeveel je nu (theoretisch) kunt verdienen.

Als je volgens het UWV minder dan 20% van jouw oude loon kunt verdienen maar nog kans hebt om te herstellen, dan val je onder de WGA-regeling. Dan ben je (bijna) volledig arbeidsongeschikt met kans op herstel. Afhankelijk van jouw situatie krijg je een bepaald percentage van je laatstverdiende loon eventueel aangevuld met wat je zelf nog kunt verdienen. Je zult elk jaar opnieuw gekeurd worden.

Als je minder dan 20% van jouw oude loon kunt verdienen en weinig of geen kans hebt om te herstellen, dan ben je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Je valt dan onder de IVA-regeling. IVA staat voor Inkomensverzekering Volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten. Tot je de AOW-leeftijd bereikt, krijg je 75% van je laatstverdiende loon.

Een WAO-uitkering

Misschien ontvang je vanwege arbeidsongeschiktheid een WAO-uitkering. De WAO geldt alleen nog voor werknemers die voor 1 januari 2004 langdurig ziek zijn geworden en die minimaal 15% arbeidsongeschikt zijn verklaard. Je kunt een herbeoordeling krijgen als jouw situatie verandert of als het UWV denkt dat die in de toekomst kan veranderen, bijvoorbeeld als jouw gezondheidssituatie verbetert of verslechtert. Je kunt ook zelf om een herbeoordeling vragen. Een herkeuring kan gevolgen hebben voor de hoogte van je uitkering.

De WAO-uitkering wordt uitgevoerd door het UWV. Je houdt deze uitkering zolang jouw situatie niet verandert en je aan de voorwaarden voldoet. De uitkering loopt tot je de AOW-leeftijd bereikt.

Toelage als je arbeidsongeschikt bent

Ben je 35% of meer arbeidsongeschikt verklaard en heb je om die reden een uitkering van het UWV (WAO-, WIA-, Wajong- of WAZ-uitkering)? Dan ontvang je automatisch een jaarlijkse toelage. Het UWV maakt dit bedrag jaarlijks in september aan je over. De toelage is aan voorwaarden gebonden.

Lees meer over deze toelage op uwv.nl. Heb je vragen over deze jaarlijkse toelage of wil je weten of je hier recht op hebt? Neem dan contact op met het UWV.

Andere uitkeringen

Als je geen arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt en je hebt geen inkomen uit werk dan zijn er mogelijkheden om een uitkering te ontvangen, zoals een WW- of een bijstandsuitkering.

Werkloosheidswet

Als je minder dan 35% arbeidsongeschikt bent en door jouw aandoening werkloos wordt, kan je misschien aanspraak maken op een Werkloosheidswet-uitkering (WW). Meer informatie over de WW-uitkering vind je op de website van het UWV.

Bijstandsuitkering

Heb je geen uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid, en ook geen recht (meer) op een WW-uitkering? Dan kan je mogelijk een bijstandsuitkering aanvragen. Deze biedt mensen een inkomen als ze zelf onvoldoende inkomen en vermogen hebben. Je vraagt de bijstandsuitkering aan bij jouw gemeente.

Andere uitkeringen

Naast de bijstand zijn er verschillende andere uitkeringen die speciaal bestemd zijn voor 50- of 60-plussers, of bijvoorbeeld voor mensen die in het verleden zelfstandige waren. Ook zijn er per gemeente mogelijkheden voor eenmalige toeslagen als je bijvoorbeeld langdurig een laag inkomen hebt of een studie wilt gaan volgen. Kijk voor meer informatie op de website van de Rijksoverheid of neem contact op met jouw gemeente